Om te beginnen Om te beginnen


Jezus is opgestaan. Halleluja.


In de weken van Pasen lezen we hoe Jezus verschijnt, op verschillende plaatsen, aan verschillende mensen. Het bijzondere is dat mensen Hem niet meteen herkennen. Zelfs zij die jaren met Hem optrokken, die met Hem leefden, luisterden, aten en leerden  zien niet direct dat Hij het is.
Dat blijft een wonderlijk gegeven. Hoe kan het dat Iemand die zo diep het leven heeft geraakt, niet onmiddellijk wordt herkend? Soms is het bijna niet te bevatten. Hij heeft levens veranderd, ook het mijne. Hij heeft mij laten zien dat ik geliefd ben. Dat alleen al wekt een verlangen: om dicht bij Hem te zijn, om tijd met Hem door te brengen, om Hem steeds beter te leren kennen. En toch…
Er zijn ook momenten waarop het ineens begrijpelijk wordt dat Jezus niet wordt herkent. Het leven vraagt veel. Het leven biedt veel. Zoveel dat onze aandacht opeist, dat onze dagen vult. En ongemerkt verschuiven prioriteiten. Stilte wordt schaars. Gebed raakt op de achtergrond. De Bijbel blijft gesloten. Als er dan een kans komt, om stil te worden, om te luisteren, om geraakt te worden door een verhaal over Jezus, kan er zelfs onrust ontstaan. Alsof er iets in ons wordt aangeraakt dat we liever even ontwijken. Een zacht besef dat er iets ontbreekt.
Pas op voor het grootste gevaar: dat we Jezus niet eens meer missen. Dat we zo gewend raken aan de stilte, dat niemand ons meer wijst op Zijn nabijheid.
De Paastijd, de reis van Pasen tot Pinksteren, is een mooie tijd. Een tijd om actief te zoeken, om te vragen: Hoe herkennen wij Jezus in ons dagelijks leven en hoe geven wij die ontmoetingen vorm? 
Wat hebben we nodig om Zijn stem te horen, en hoe kunnen wij anderen vertellen over de levende Heer? Laat deze Paastijd een tijd van ontwaken zijn. Tot Pinksteren toe, mogen we oefenen in het herkennen van de levende Heer. Want Hij is er. Hij wacht. En Hij wil dat wij Hem zien.
Halleluja. Jezus is opgestaan!
Het bijgevoegde lied “’t Is goed om U te ontmoeten ter inspiratie en dat het tot vreugde mag zijn!”
terug